Haagsche krachtsport 1900 - heden DAF-personenauto tillen op Scheveningse boulevard Nadat de gewichtheffers van Simson voor de derde maal de nationale titel voor teams hadden veroverd, moest er in mei 1964 een totaal andere krachtsinspanning worden geleverd. In Scheveningen, met de pier als achtergrond, stonden de acht leden van het team namelijk voor de opgave om een DAF-personenenauto met één ruk tot schouderhoogte te brengen. Een inspanning dat gelijk stond aan het heffen van 100 kg per persoon. Normaal gesproken was dit gewicht geen probleem, maar door de grove stangen die onder de auto waren bevestigd zou het tillen hierdoor wel worden bemoeilijkt. Midden-zwaargewicht Joe van Dorp zei vooraf dat het een “miereneitje” zou worden. Zijn mede-teamleden Dik Brand, Kees Koolhoven, Piet Vliegenthart, Jaap Heppener, Arie v.d. Toorn, Henk v.d. Stoep en Jan Brand deelden die mening. De enige die nog wat bedenkingen had was coach Piet Beck. Niet alleen om de auto, welke door garagehouder A. Blansjaar beschikbaar was gesteld, maar ook om zijn gewichtheffers was hij toch wel enigszins bezorgd. Nu kwam het moment daar om tot deze bijzondere prestatie over te aan. Het aanwezige publiek hield gespannen de adem in toen op het commando van Piet Beck de auto door het achttal van de grond werd getild. De stangen bogen vervaarlijk door toen de auto al wiegend omhoog werd gebracht, maar slechts enkele seconden later lag de auto al op zo’n anderhalve meter. Nadat de auto zonder beschadigingen weer op de grond was beland volgde er applaus van de honderden toeschouwers. Hijgend en met een rood hoofd moest Van Dorp achteraf wel toegeven dat het karwei was onderschat. Het “miereneitje” bleek toch wel een “hard gekookt eitje”. Van linksachter naar rechtsachter: Arie v.d. Toorn, Jan Brand, Kees Koolhoven, Henk v.d. Stoep, Dik Brand, Jaap Heppener, Piet Vliegenthart en Joe v. Dorp. Demonstratie gewichtheffers Simson bij worstelontmoeting Utrecht-Denemarken Deze affiche kondigde de namen van de Utrechtse worstelaars en de kampioensploeg uit Jutland aan voor de internationale worstelwedstrijd. Ook de gewichthefdemonstratie door de gewichtheffers Karel Urgert, Arie van der Toorn en Joe van Dorp van de Haagse vereniging Simson stond hierop keurig vermeld. Het was op 20 januari 1962, in de Philipshal van het Jaarbeursgebouw, dat de gezamenlijke Utrechtse verenigingen S.D.Z., Olympia en De  Halter deze gezamenlijke worstelwedstrijd organiseerden tegen de sterke ploeg uit Sonderborg, Denemarken. In felle en spannende wedstrijden werd er door Loek van Alflen, Gerard Ram, Ab Rosbag en Cobus de Jong gewonnen en Henk Stijlaart worstelde onbeslist. Hennie Bossenbroek en Gijs Stijlaart hadden inmiddels verloren en ook Cees van Rooyen moest de winst aan Deense zijde laten. De tussenstand was op dat moment 4½ tegen 3½ voor de Utrechters en met nog één wedstrijd te gaan kwam de eindoverwinning toch nog even in gevaar. Hagenaar Piet van Slingerland, die de Haagse vereniging K.D.O. in die periode had verruild voor de vereniging De Halter, verraste de 600 toeschouwers door zijn Deense tegenstander al na 33 sec. te toucheren en hiermee behaalde hij tevens de prijs voor de snelste touché. De eindstand werd uiteindelijk 5½ tegen 3½. Op de zelfde avond hielden de gewichtheffers Karel Urgert, Arie van der Toorn en Joe van Dorp onder leiding van Jan Kabbedijk een indrukwekkende demonstratie. Van Dorp benaderde zelfs het nederlands record tweehandig stoten dat destijds op 145 kg stond. Na twee mislukte pogingen, stootte hij echter 150 kg wel omhoog wat een officieuze verbetering van het nederlands record betekende. Officieus omdat er die avond helaas geen drie officiële bondwaarnemers aanwezig waren om dit record te erkennen. Lichtgewicht Karel Urgert kwam met het tweehandig stoten tot een prima prestatie van 100 kg. De manier waarop de Haagse gewichtheffers die avond met het drukken en het stoten de gewichten verwerkten was een echt spektakel hetgeen zeer werd gewaardeerd door het talrijke publiek. Joe van Dorp tijdens recordpoging. Jaap Heppener (Simson). Piet van Slingerland (v.m. K.D.O.) neemt achterceintuur bij Duitse kampioen Manfred Spohr. Piet Lorsheijd (K.D.O.) legt dubbele Nelson aan. Rechts: Gerrit Niesten (K.D.O.) tijdens worstelwedstrijd. Jan Nolten (Simson). Kees Koolhoven (Simson). Karel Urgert (Simson) tijdens de gewichthefoefening drukken. Joe van Dorp (Simson). Staand: Jaap Heppener en John v.d. Does. Knielend: Willem Heins en Piet Beck Jr. (junior gewichteheffers Simson). Worstelploeg Simson-K.D.O. na de fusie. V.l.n.r. staand: Thijs de Lange, Aad de Jong, Cor van Berkel, Gerrit Niesten, Henk Spin (trainer). Knielend: onbekend, Henk Kuypers, Jan de Lange. Theo Gielen (K.D.O.) boven in actie tijdens competitiewedstrijd tegen S.D.Z. Utrecht. Arie van der Toorn (Simson). V.l.n.r.: Joe van Dorp, Arie van der Toorn, Piet van der Kruk, Ton Veraar, Jan Nolten. Onder halter: Karel Urgert (Simson). 2 meter lang - 120 kilo zwaar : Piet van Slingerland In 1956 had de 2 meter lange maar tenger gebouwde Piet van Slingerland zich laten overhalen door een paar vrienden om mee te gaan naar het gymnastieklokaal aan de Hoefkade, waar de vereniging K.D.O. trainde. Daar kreeg Piet onder leiding van Thijs Frederiks de beginselen van het worstelen bijgebracht. Het tengere ventje bleek een natuurtalent te zijn en groeide uit tot een 102 kg zware en krachtige worstelaar. Hij werd in 1957 en 1958 kampioen van Nederland in het zwaargewicht in de leeftijdscategorie 18-21 jaar. Ook wist hij in de jaren daarop diverse toernooien te winnen zoals o.a. de “Hercules wimpel” en het “kampioenschap van Amsterdam”. De vereniging K.D.O. dacht daarom met recht een waardige opvolger te hebben voor de sterke en bij de worsteltop behorende Willem Alphenaar. Maar na zijn militaire dienstplicht werd Piet in 1961 lid van De Halter in Utrecht onder het trainerschap van Louis van der Pijl. In 1962 werd hij, inmiddels 120 kg zwaar, 2e bij de Nederlandse kampioenschappen. In de jaren 1963 en 1964 werd Piet kampioen van Nederland. Ook voor De Halter was Piet een waardevolle worstelaar en hij behaalde met deze vereniging het clubkampioenschap in 1963 en 1964. Eén van zijn mooiste internationale hoogtepunten was het winnen in 1964 van het prestigieuze Alsia toernooi in de Deense stad Sonderborg. Daar wist Piet resp. te winnen van de Pool Mocny, de Deen Kleeman en de Westduitser Nufer. Maar aan zijn zegereeks kwam op 14 november 1964 plotseling een einde. Tijdens een wedstrijd kwam het volle gewicht van Gerrit Vogelzang (Hercules Amsterdam) op zijn been dat onder deze last bezweek. De gevolgen hiervan waren gescheurde kniebanden, een miniscus en vervolgens een rustkuur. Maar het vocht wilde daarna niet uit zijn knie en bovendien kreeg Piet ook veel last van zijn rug, waardoor hij noodgedwongen moest stoppen met worstelen. Piet’s terugkeer op de worstelmat zou uiteindelijk 10 jaar duren. In 1974 begon Piet weer te trainen, worstelde hij voor Simson-K.D.O. succesvol in de worstelcompetitie en bij de nationale kampioenschappen werd hij 2e achter Chris Dolman (Hercules Amsterdam). Na deze periode stond Piet als trainer nog eventjes aan de basis van een nieuwe lichting jonge worstelaars om zich daarna volledig terug te trekken uit de worstelsport vanwege zijn drukke bestaan als kastelein in zijn café De Sport op de Paul Krugerlaan. Tot slot, wat maakt de sportieve prestaties van Willem Alphenaar en Piet van Slingerland eigenlijk nog meer bijzonder? Willem en Piet wisten in hun meerdere ontmoetingen tegen Anton Geesink beiden een keer te winnen van deze roemruchte judo- en worstelkampioen. Kampioensfoto leeftijdscategorie 18-21 jaar van Piet van Slingerland (K.D.O.) De Halter Utrecht: clubkampioen 1963-1964. Achteraan zwaargewicht Piet van Slingerland. Wedstrijdmoment van Bep Blom (Simson). Ibie Zabala in actie op de nationale kampioenschappen van 1969. Verraste tegenstander wordt in voorceintuur genomen door Willem Sloos. Anton Klees aan het trainen in het gymnastieklokaal van de school aan het Alberdingk Thijmplein. Nolten …… een geslacht van sterke kerels Een naam die niet weg is te denken in de Haagse krachtsport is natuurlijk Nolten. Het begon allemaal met Jan Nolten. Bij de ’s-Gravenhaagsche Athletenclub “De Germaan” (opgericht 1 mei 1907), die haar oefenlokaal had in café “Klein Houtrust” in de Jan Hendrikstraat 26, is deze worstelaar waarschijnlijk zijn sportieve carrière begonnen. Als lid van De Germaan behaalde hij in 1912 bij de Nationale Wedstrijd in Amsterdam als licht- gewicht (1e afdeling) zijn eerste grote prijs. Omstreeks 1915, na opheffing van De Germaan, zette hij zijn sportieve loopbaan voort bij de vereniging K.D.O. en als uitstekende worstelaar wist hij nog veel prijzen binnen te halen met als bekroning uitzending in 1920 naar de Olympische Spelen in Antwerpen. Nadien werd hij een gerespecteerd kamprechter en verzorgde hij samen met clubgenoot Minus Verheijen als instructeurs de worsteltrainingen. Dat zoon Jan het worstelen met de paplepel ingegeven kreeg was dus niet zo verwonder- lijk. Het ventje had talent en was al op vroege leeftijd een geduchte worstelaar. Samen met zijn vader gaf hij veel worsteldemonstraties en mocht zelfs in 1925 als enige jongeling mee op worsteltournee door Duitsland met de senior worstelaars van de vereniging K.D.O.. In 1928 werd hij kampioen van Nederland in het vedergewicht en in dat zelfde jaar mocht hij als 19 jarige, in navolging van zijn vader, deelnemen aan de Olympische Spelen in Amsterdam. Het was enkel niet alleen deze zoon Jan, maar ook zijn broers Joop en Theo blonken uit in de sport. Joop Nolten presteerde het zelfs om in 1938 in drie sporten kampioen van Nederland te worden, te weten worstelen, gewichtheffen en boksen en in 1947 behaalde hij met een come back nogmaals de nationale worsteltitel. Als bokser vergaarde Theo Nolten vanaf 1938 meerdere titels en is na de oorlog enkele jaren één van de bekendste beroepsboksers geweest. De gewoonte van sterke kerels werd voortgezet met een 3e  generatie in de persoon van - hoe kan het ook anders - Jan Nolten. Aanvankelijk was Jan begonnen met boksen, maar door een fietsongeluk overgehouden kaakfractuur moest hij hiermee stoppen. Daarna werd hij in 1953 lid van Simson om te gaan worstelen en net zoals zijn vader en opa ging dit hem redelijk af. Echter, Jan kon moeilijk omgaan met de kritiek van zijn vader op zijn worstelen en opeens had hij er genoeg van en stopte. Door zijn oom Wim, die ook de worstel- en gewichthefsport beoefende, kwam Jan in aanraking met het gewichtheffen. In deze sport lag duidelijk zijn talent. Als lid van respectievelijk de verenigingen Simson, Robot, Hercules en L.K.V. Leiden werd hij als vedergewicht viermaal kampioen van Nederland (1956, 1957, 1958, 1960) en viermaal als lichtgewicht (1959, 1961, 1963, 1964). Ook veel records werden door Jan verbeterd waaronder het aloude record uit 1933 van 85 kg in het tweehandig drukken van vedergewicht Paul Caffa (Hercules Den Haag) en wist dit te brengen tot 88,5 kg. Graag had Jan in 1965 - het jaar dat hij zou stoppen met gewichtheffen - afscheid willen als kampioen, maar een aan een training overgehouden armblessure verhinderde dat. Teleurgesteld hierover was hij niet echt, want hij kon immers terugkijken op succesvolle sportloopbaan. Maar …, Jan had graag wel de traditie voortgezet om afgevaardigd te worden naar de Olympische Spelen zoals zijn vader en opa hem voorafgingen. Zijn intensieve en langdurige voorbereiding op de Olympische Spelen van 1960 in Rome werd evenwel niet beloond met uitzending. Een koel besluit van de Nederlandse Krachtsport maakte aan deze wens een abrupt einde, hetgeen Jan altijd is blijven betreuren. Klik op de foto’s om te vergroten en commentaar.