Haagsche krachtsport 1900 - heden De nationale titel(s) van Thijs Frederiks In 1940 had K.D.O.-lid Thijs zich ingeschreven voor de kampioenschappen van Nederland worstelen in Amsterdam. In die tijd hadden de mensen weinig geld te besteden dus had Thijs het plan opgevat om samen met twee vrienden per fiets naar Amsterdam af te reizen. Na een tocht van 3,5 uur arriveerden op de plaats van bestemming. Tot zijn grote schrik bleek dat de weging al was afgelopen. Gelukkig had de voorzitter van de organiserende vereniging vernomen dat Thijs helemaal per fiets was gekomen en deze is toen aan de wedstrijdorganisatie gaan vragen of deelname aan het kampioenschap nog mogelijk was. De wedstrijdorganisatie op haar beurt heeft toen aan alle 24 deelnemers gevraagd of zij hier bezwaar tegen hadden. Niemand had bezwaar en zo kon Thijs die dag toch nog deelnemen aan het kampioenschap. Niet zonder succes want Thijs won 6 partijen op touché en kwam in de finale die 14 dagen later in Krasnapolsky zou worden gehouden. Aangezien Thijs voor deze finale reisgeld van zijn vereniging had gekregen, hoefde hij ditmaal niet per fiets te reizen. Die avond won hij ook zijn laatste 2 partijen en werd nationaal kampioen in het zwaar-middengewicht en wist bovendien de stijlprijs te bemachtigen uit 165 deelnemers. Op de kampioenschappen van 1943 stond Thijs weer in de finale. Ditmaal tegen de Amsterdammer Piet Eillebrecht van de verening D.O.K., die overigens vanaf 1951 samen met zijn broer Hans Eillebrecht lid werd het Haagse K.D.O.. Na een felle strijd werd Thijs op punten verliezer verklaard en ging de kampioenstitel naar zijn Amsterdamse tegenstander. Waarschijnlijk heeft Thijs zich nooit kunnen neerleggen bij deze jurybeslissing want altijd als je aan Thijs vroeg hoeveel keer hij kampioen van Nederland is geweest, antwoordde hij steevast 2 keer ! Thijs Frederiks (K.D.O.). De lange sportloopbaan van A.B. Maas Op 19-jarige leeftijd werd “Ab”, zoals hij kortweg werd genoemd, lid van de vereniging Hercules om zich verder te ontwikkelen in de gewichthefsport. Een jaar na zijn aanmelding als lid werd hij in 1938 tweede klas kampioen van Amsterdam met een totaal van 285 kg in het half-zwaargewicht en bovendien kwam hij in het bezit van de stijlprijs voor de oefening tweehandig drukken. Als lid van U.D.I. werd Ab in 1940 kampioen van Nederland in de tweede klasse en een week later zelfs eerste klas kampioen met een totaal van 307,5 kg. Gedurende menige jaren heeft Ab aan veel nationale en internationale gewichthefwedstrijden deelgenomen. Eén van die internationale wedstrijden was in 1953, gehouden in het theater Scala te Den Haag, toen hij het moest opnemen tegen Raymond Herbaux, de kampioen van Frankrijk. Met 350 kg tegen 385 kg werd deze wedstrijd in het voordeel van Herbaux beslist. Aan het einde van zijn sportcarriere, ruim 20 jaar na zijn laatste kampioenschap, wist “good old” Ab op 43- jarige leeftijd in het zwaargewicht met een totaal van 327,5 kg voor de laatste maal de nationale titel te veroveren. Gewichtheffer Ab Maas (Hercules). Thijs Frederiks en Eddy (Louis) Pierik tijdens mooie worstelactie (beiden K.D.O.). Groot reclamebord van de eerste landenwedstrijd Nederland-Engeland georganiseerd door de vereniging Hercules op 4-11-1947 in de Dierentuin van Den Haag. Uitslag 2-3. Haagse deelnemers Kees Stahlecker en Bram Charité (beiden Hercules). Paul Caffa (H.G.V. (U.D.I.)) staande op halter bij acrobatische gewichthefoefening. Bram Charité onder de halter met embleem van de Nederlandse leeuw. Damme Sluiters (Simson) worstelkampioen van Nederland 1940 in het vedergewicht. Damme behaalde in 1951 tevens de nationale titel in het lichtgewicht. Hercules gewichtheffers v.l.n.r.: Simon van Schooten, Adrie van Schooten, Paul Caffa en Joppie van der Linden. Henk Verheijen zwaargewichtkampioen van Nederland gewichtheffen 1925, 1926, 1927, 1928, 1930 (lid K.D.O.) en van 1931, 1933, 1934 (lid Hercules). Ploegfoto van gewichthefvereniging H.G.V. Paul Caffa (Hercules) tijdens een training in de duinen. Thijs Frederiks bedwingt Frans Groos (in brugstand) op de traingsavond bij K.D.O. Extra-vedergewicht Joppie van der Linden, lid van Hercules, poserend met zijn behaalde prijzen. Demonstratie gewichtheffen van Bram Charite (H.G.V.). Gewichtheffer en expandertrekker Jan Sinteur behoorde vanaf 1925 t/m 1940 tot één van beste atleten in het middengewicht en later in het midden-zwaargewicht. Lid van Hercules en vervolgens van de Haagsche gewichthefvereniging (H.G.V.). De kampioen van 1943 Piet Eillebrecht poserend met zijn behaalde prijzen. Vanaf 1951 worstelde hij samen met zijn broer Hans in competitieverband voor het Haagse K.D.O. Paul Caffa “klein, geblokt en beresterk” Hij was slechts 19 jaar toen Paul Caffa, lid van de vereniging K.D.O., in 1929 voor het eerst de nationale titel gewichtheffen in het vedergewicht wist te behalen. In de opvol- gende jaren 1930 en 1931 behaalde hij wederom de nationale titel en had hiermee meteen zijn naam gevestigd binnen de gewichthef- sport. In 1932 maakte Paul de overstap naar vereniging Hercules, waar een tal van goede gewichtheffers trainde zoals Joppie  v.d. Linden, Jan Sinteur, Willem van Graafeiland, Louis Domerchie, Fred Moonen, de broers Jan Verheijen en Henk Verheijen (beiden ook afkomstig van K.D.O.) en later ook Adrie van Schooten, Simon van Schooten, Ab Maas, Nelis Bovet, Cees Stahlecker, Pouzzli Priester, Laurens Priester en Bram Charité. Het bestuur van Hercules begreep maar al te goed dat ze met Paul Caffa een pareltje binnen haar gelederen had. Toen Paul in dat zelfde jaar in het huwelijk trad, wenste het bestuur van Hercules hen beiden een gelukkig huwelijk toe, maar hoopte tegelijk dat deze stap hem niet zou weerhouden om de oefeningen in het gewichtheffen geregeld bij te houden. Gelukkig gaf hij hieraan gehoor want als vedergewicht wist hij vervolgens in 1933 en 1935 nogmaals het kampioenschap van Nederland te behalen. In het lichtgewicht begon de totale overheersing van Paul in het gewicht- heffen. Zo werd hij vanaf 1938 tot en met 1947 kampioen van Nederland, met uitzondering van het jaar 1945 toen er geen kampioenschappen werden gehouden. De Krachtsportbond was natuurlijk tevreden over deze prestaties van Paul, maar was toch bezorgd over het grote krachtsverschil ten opzichte van de directe concurrenten in de lichtgewichtklasse. Met zijn deelname aan de wereldkampioenschappen in 1937 te Parijs (9e plaats), 1938 te Wenen (7e plaats) en in 1946 te Parijs (10e plaats), alsmede overige internationale wedstrijden behaalde hij zeer bevredigende prestaties. In 1949 wist Paul weer de nationale titel te veroveren. Dit was ook het jaar dat de Haagse vereniging Hercules de wereldkampioenschappen gewichtheffen organiseerde in het Scheveningse Circusgebouw. Samen met de andere Hagenaars Dirk Brand, Cees Stahlecker en Bram Charité wilde Paul graag een goede prestatie neerzetten voor eigen publiek. Na een goede start bij het drukken met 87,5 kg, waarbij hij enkele achter zich liet, kreeg hij zoveel hinder van een zwerende vinger aan zijn linkerhand dat hij, na veel spuitjes van de dokter ten spijt, jammerlijk de strijd moest staken. Op 43 jarige leeftijd behaalde Paul Caffa in 1953 voor de 16e maal de hoogste titel bij het Nederlandse gewichtheffen en overtrof hiermee zelfs de Haagse legende Bram Charité met zijn 14 nationale titels. Met zijn vele titels en ook als houder van menige Nederlandse records heeft Paul een zeer indrukwekkende carrière in het gewichtheffen achtergelaten. De gewichthefkampioenen van 1929 met links zwaargewicht Minus Verheijen (K.D.O.) en rechts vedergewicht Paul Caffa (K.D.O.). Paul Caffa, imiddels lid van de Haagse vereniging Hercules, bezig met zijn training in de duinen. Bram Charité “van zorgenkindje tot sterkste man” Bram Charité was tot zijn 17e jaar een typisch bleekneusje en zorgenkindje. Om Bram sterker te laten worden had zijn vader een halter aangeschaft. Aanvankelijk kon Bram de halter niet interesseren en kreeg het met geen mogelijkheid omhoog. Na vele mislukte pogingen zat Bram dit op een gegeven moment zo dwars dat hij vastbesloten rende naar de halter, het pakte en drukte het met een ruk boven zijn hoofd. Vanaf die tijd bleef hij zich interesseren voor het gewichtheffen en in 1935 maakte zijn vader hem op 18 jarige leeftijd lid van de vereniging Hercules. De keuze voor het gewichtheffen was niet helemaal vreemd binnen de familie omdat zijn vader in zijn jonge jaren ook aan gewichtheffen had gedaan. Ook Joop Zalm, de broer van Bram’s moeder, was een verdienstelijk gewichtheffer in de nationale top, Nederlands recordhouder éénhandig stoten met 80 kg en was deelnemer aan de Olympische Spelen in 1928 te Amsterdam. Bij Hercules kon Bram trainen met een tal van goede gewichtheffers zoals Joppie van der Linden, Jan Sinteur, gebroeders Adrie en Simon van Schooten, gebroeders Pouzzli en Laurens Priester, Paul Caffa, Nelis Bovet, Wim van Graafeiland, Ab Maas en enkele jaren later met Jan Verheijen (niet te verwarren met Jan Verheijen, de broer van zijn vader,  die deelnam aan de Olympische Spelen in 1928). Bram bleek een talent en het kon dus niet lang uitblijven dat hij succes had. Vele wedstrijden werden door hem gewonnen, vestigde nationale records in het drukken, stoten en trekken. In 1940 werd hij voor het eerst kampioen van Nederland in de 1e klasse. In de jaren hierna, onder de Duitse bezetting, ging het sportieve leven gezien de omstandigheden toch door en prolongeerde Bram zijn nationale titels, behalve in 1945 omdat de kampioenschappen toen niet werden verwerkt. Bram prestaties werden voortdurend beter en vanaf 1946 tot en met 1954 domineerde hij wederom het gewichtheffen en behaalde de nationale titels in het zwaargewicht met uitzondering van het kampioenschap in 1951 toen hij zijn 3 pogingen bij het drukken zag mislukken en vervolgens teleurgesteld niet meer deelnam aan de andere oefeningen. Het hoogtepunt in Bram’s sportieve loopbaan was toen hij bij de Olympische Spelen van Londen in 1948 zeer verdienstelijk achter de Amerikanen John Davis en Norbert Schemansky een bronzen medaille veroverde. Met deze uitslag mocht hij zich overigens kampioen van Europa noemen omdat de Europese kampioenschappen hiervan een direct gevolg waren. Door deze prestatie was Bram enorm populair en kreeg uit vele delen van de wereld aanbiedingen om in wedstrijden uit te komen. Voor de aanbiedingen uit verre bestemmingen zoals Amerika, Brazilië, Rusland en Australië daar voelde Bram niet veel voor, omdat hij een type was dat niet lang van huis wilde zijn, gehecht was aan zijn gezin en Den Haag maar ook zijn vliegangst speelde hierin een rol. Binnen Europa wilde Bram de strijd wel aangaan tegen Europese toppers zoals de Engelsman Alf Knight , de Zweed Lage Andersson, de Belg Robert Allart, de Oostenrijker Franz Hölbl, de Duitser Theo Alderling en de Fransen Jean Debuf en Raymond Herbaux. Allen moesten in Bram hun meerdere erkennen, enkel de Australische kampioen Ken Macdonald wist Bram nipt van de overwinning te weerhouden nadat beiden gelijk waren geëindigd met een totaal aantal verwerkte kilo’s. Uiteindelijk werd Macdonald tot winnaar uitgeroepen door een lager lichaamsgewicht. Het (Haagse) publiek heeft in die periode dus prima kunnen genieten van Bram’s verrichtingen op unieke locaties zoals de Haagse dierentuin, Scala in de Wagenstraat, het gebouw van Kunsten en Wetenschappen aan de Zwarteweg en Amicitia in het Westeinde. Enkel de laatste heeft kunnen ontsnappen aan de slopershamer. Helaas kende Bram’s loopbaan ook dieptepunten. Zijn deelname aan de Wereldkampioen- schappen in 1949 te Scheveningen, 1950 te Parijs, 1953 te Wenen en zijn 2e deelname aan de Olympische Spelen in 1952 te Helsinki waren niet succesvol. Hoewel hij gezien zijn resultaten kans had op een podiumplaats, was blessureleed er iedere keer de oorzaak van dat hij niet optimaal kon presteren. Na actief te zijn gestopt met gewichtheffen begon Bram in 1954 zijn eigen sportschool in de Zusterstraat onder de naam Robot. Het bleek een kweekschool te zijn voor jonge gewichtheffers en jongens zoals Arie van der Toorn, Joe van Dorp, Jan Brand, Dick Brand, Henk Bout, Tseu La Ling, Karel Urgert, Dick Molenaar, Joop Jung, Koos van Grieken en Bep van Grieken wisten onder zijn begeleiding uit te groeien tot toekomstige kampioenen. Zijn benoeming tot bondscoach in 1958 duurde niet lang nadat hij met de krachtsportbond een ernstig verschil van mening had, met als gevolg dat hij als lid werd geroyeerd met als reden “bevooroordeelde berichtgeving in enkele dag-bladen”. Dit leidde tevens tot opheffing van zijn sportschool en enkele leden stapten noodgedwongen over naar vereniging Simson om hun sportieve prestaties daar voort te zetten. Het royement werd, mede door de publieke opinie en een nieuw gevormd bondsbestuur, in 1962 opgeheven. Het duurde tot oktober en november 1966 voordat de door Bram Charité gevestigde Nederlandse records uit 1948 bij het tweehandig drukken met 135 kg, het trekken met 129 kg en het stoten met 161,5 kg uit 1954 voor het eerst werden verbroken door de Delftse gewichtheffer Piet van der Kruk van de Haagse vereniging Simson met 137,5 kg, 130 kg en 163 kg. Het totaal record van de 3 olympische oefeningen met 425 kg bleef tot dat moment nog in handen van Bram. Een jaar later, in oktober 1967, wist dezelfde Piet van der Kruk ook dit record te verbeteren met een totaal van 450 kg en raakte Bram zijn laatste record kwijt. Al met al is Bram Charité één van de meest succesvolle gewichtheffers van Nederland geweest en spreekt tot de dag van heden nog steeds tot ieders verbeelding die bekend is met de krachtsport. Groepsfoto HGV met staande vlnr Adrie van Schooten, Dries Besling, Cees Stahlecker, Jop Blokdijk, Nelis Bovet, Laurens Priester, Wim van Graafeiland en zittend vlnr Paul Caffa, Pouzzli Priester, Bram Charité, onbekend. Poster met de revanche-ontmoeting tussen Bram Charité en de Duitse kampioen Theo Aaldering waarvan Charité nog een maand ervoor in Oberhausen had gewonnen. Bij de ontmoeting eindigden beiden met een totaal van 425 kg.  Bram Charité, de oud kampioen en oud recordhouder, in gesprek met de nieuwe kampioen en recordhouder Piet van der Kruk. Klik op de foto’s om te vergroten en commentaar.