Krachtsport, zoals het gewichtheffen, expandertrekken en worstelen, werd in de jaren van vóór 1900 voornamelijk beoefend in circussen, kermissen of in een ruimte van één of ander café. Dat laatste was natuurlijk niet de meest ideale locatie voor de atleten omdat deze ruimten vaak helemaal blauw stonden van de rook door de aanwezige rokende cafébezoekers. Ook indelingen in gewichtsklassen en reglementen verschilden vaak omdat de krachtsport in die periode nog niet goed was georganiseerd. Om in verenigingsverband onderling de krachten te kunnen meten, waren of werden in Nederland omstreeks het begin van de 20e eeuw de eerste verenigingen opgericht. Maar het was op initiatief van voornamelijk de vroeg Haagse verenigingen dat de Nederlandsche Krachtsportbond (N.K.S.B) op 12 juli 1903 tot oprichting kwam. Dit had onder andere tot gevolg dat er eindelijk landelijk algemeen geldige spelregels voor het worstelen en gewichtheffen werden vastgesteld en dat de reglementen zouden worden aangescherpt. In Den Haag kende men vanaf 1900 tot het midden van de dertiger jaren verenigingen met namen zoals Hercules, Excelsior, De Kampioen, Kracht door Oefening, Sandow, De Germaan, Simson en Spartacus. Sommige van deze verenigingen bestonden slechts enige jaren en werden ontbonden of zochten aansluiting met een andere vereniging. Hercules Eén der oudste verenigingen was de ‘s-Gravenhaagsche Atletenclub “Hercules”. Het was op 1 november 1900 dat o.a. de heren J. Andriessen, P. Bekker, B. en F. Havelaar op een zolder bijeen kwamen om deze vereniging op te richten. Een jaar daarna was Hercules Koninklijk goedgekeurd. Hercules kende een sterke ledengroei en werd een populaire Haagse krachtsportver- eniging waar men in de eerste 10 jaar van het bestaan naast het worstelen en gewicht- heffen ook andere takken van sport kon beoefenen, zoals hardlopen, touwtrekken en gymnastiek. Verdienstelijke atleten in de beginperiode waren o.a. J. Andriessen, L.A. Caron, B. Havelaar, F. Havelaar, A. Kok, C. Kok, P. Urgert, J. Koeling, J.B. van Vliet, W. v.d. Vet, J. Mutsers, D. Groos, W. van Son en touwtrekker Rademaker. Tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft Hercules een sterke strijd moeten leveren om het bestaan, omdat veel leden gemobiliseerd waren en het oefenlokaal van gemeentewege wegens lichtbesparing was opgezegd. Gelukkig kwam de vereniging na de oorlog weer tot grote bloei op sportief gebied en leverde bij het worstelen en gewichtheffen weer veel kampioenen. Eind dertiger jaren ontstonden er nieuwe problemen door wrijving tussen de worstelaars en de gewichtheffers. Dit leidde tot een kleine scheuring binnen de vereniging met als gevolg dat door enkele leden de Haagsche gewichthefvereniging (H.G.V.) werd opgericht. Mede door het opkomen van veel andere takken van sport en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is het in stand houden van de vereniging voor de bestuurders steeds een moeilijke opgave geweest. Hoewel het worstelen er na de oorlog niet langer werd beoefend, heeft Hercules nadien nog heel veel goede gewichtheffers gehad. Hierbij valt te denken aan J. Verheijen, B. Charité, P. Caffa, C. Stahlecker, A. Maas, J. Nolten, C. Lanza en A. Veraar. Ook op organisatorisch gebied liet Hercules zich weer gelden. Zo werd in 1949 de wereldkampioenschappen gewichtheffen georganiseerd te Scheveningen, nationale wedstrijden en grote internationale wedstrijden tussen Holland-Belgïe en Holland-Engeland. Het komen tot succes in de sport en het overwinnen van de moeilijkheden bij Hercules was vooral te danken aan de goede bestuurders die Hercules heeft gekend. De voorzitters A. Teljeur, B. Havelaar, J.B. van Vliet, A.J. Besling, G. Verbaan en L. van Holst hebben ieder op hun eigen wijze de vereniging geleid. Een ander zeer belangrijk persoon is N.J.C. Hoedeman geweest. Het penningmeesterschap en het secretariaat zijn jarenlang bij hem in goede handen geweest en als internationale kamprechter had zijn naam een enorm aanzien binnen de krachtsport. Het is triest dat het uiteindelijk toch mis is gegaan met de befaamde en sterke vereniging Hercules. Op een gegeven moment vervulde A.J. Besling àlle bestuursfuncties en zag geen mogelijkheden meer. Het oefenlokaal aan de Terwestenstraat was verre van ideaal, overige bestuursleden bleven de één na de ander in gebreke en het ledental liep hard achteruit. De ledenlijst vermeldde nog wel een aantal namen, maar dit waren uitsluitend “papieren” leden die het voortbestaan van Hercules nutteloos maakten. In zijn laatste poging om Hercules te redden werd een vergadering uitgeschreven. Als men niet op deze vergadering zou verschijnen – en hij verwachtte niemand – werd aangenomen dat men akkoord ging met de opheffing. Per 31 december 1966 was de opheffing een feit. H.G.V. (U.D.I) Wrijving tussen de worstelaars en de gewichtheffers van de vereniging Hercules was dus de aanleiding dat de Haagsche gewichthefvereniging (H.G.V.) ontstond in 1939. Bij het gezamenlijk beoefenen van de worstelsport en het gewichtheffen kwam het namelijk weleens tot onenigheid doordat bij het concentreren van de atleet bij het gewichtheffen de worstelaars werden gehinderd bij hun sport. H.G.V. werd een vereniging waar uitsluitend het gewichtheffen kon worden beoefend. Zoals wel gebruikelijk was bij andere verenigingen, vond men hier geen trainer of leider. De meeste atleten waren autodidact, m.a.w. ze brachten zichzelf de kunst van het gewichtheffen bij. Natuurlijk gaven ze elkaar wel aanwijzingen wanneer er in de oefeningen fouten werden ontdekt. Deze atleten waren onder andere B. Charité, P. Caffa, A. Maas, J. v.d. Linden, C. Stahlecker, N. Bovet, W. van Graafeiland, P. Priester, L. Priester, J. Sinteur, J. Nolten, S. van Schooten en A. van Schooten. In de oorlogsjaren van  1940 tot en met  1944 werd de gewichthefsport nog volop beoefend. Onder voorzitterschap van F. Engels organiseerde de vereniging diverse kampioenenschappen en de Haagse atleten waren onder naam van H.G.V. “U.D.I” (Uitspanning door Inspanning ) zeer succesvol op diverse regionale en nationale kampioenschappen. Waarom de naam U.D.I. later werd gebruikt is niet bekend, wellicht had dit te maken met de Duitse bezetting. Naast de sportieve successen  kende men ook een donkere periode. Zo werd atleet A. van Schooten, die tevens secretaris van U.D.I. was, op 1 maart 1945 tijdens een razzia opgepakt en vervoerd naar concentratiekamp Neuengamme in Duitsland. Hij is nimmer teruggekeerd. In oktober 1946 gaf de bond U.D.I. toestemming om haar naam weer te wijzigen in Haagsche Gewichthefvereniging (H.G.V.). Kort daarna besloot H.G.V. zich weer aan te sluiten bij haar oude liefde Hercules, waardoor zij ophield te bestaan. Robot Onder grote belangstelling opende B. Charité op 19 maart 1954 zijn sportschool Robot aan de Zusterstraat 59. De bondsvoorzitter feliciteerde Charité, die al veel voor het gewichtheffen had betekend, met de fraaie aanwinst. Zelfs de Haagse Burgemeester F.M.A. Schokking, die niet bij de opening aanwezig kon zijn, wenste hem middels een persoonlijke brief veel succes toe. De gebroeders Van Grieken en  M. Ouwerling gaven die dag een demonstratie gewichtheffen en door enkele leden van Hercules Amsterdam, onder leiding van J.P. Weitner, werd een demonstratie body building (in die tijd te vergelijken met het huidige powerliften)gegeven. De prachtige crème geverfde zaal met lichtgroene vloerbedekking was ingericht met de beste en modernste apparaten. Zo had men de beschikking over 3 halters van 175 kg, 10 oefenhalters van 75 kg, kleine halters van 1 tot 25 kg, spiegels, wandrek, tal van toestellen voor arm-, been- en rompoefeningen alsmede verstelbare platte oefenbankjes. De sportschool werd onder leiding van Charité één der beste in het land en de resultaten van zijn atleten gingen binnen korte tijd duidelijk omhoog. Onder deze leden namen zoals D. Molenaar, Tseu La Ling, A. van der Toorn, J. van Dorp, H. Bout, K. Urgert, J. Jung en uit Delft K. Gouweleeuw, de broers K. van Grieken en B. van Grieken. Als gevolg van de goede resultaten van zijn atleten werd Charité op 15 maart 1958 benoemd tot bondscoach met de opdracht de gewicht- heffers J. Nolten (Robot) en J. Smeekens (BGV- Breda) internationale ervaring op te laten doen tijdens de wereldkampioenschappen in Stockholm, Zweden. Daarna zou aan de hand van de opgedane bevindingen worden bekeken of het wenselijk zou zijn een voltallige gewichthefploeg te laten deelnemen aan de Olympische Spelen van 1960 te Rome. Het liep echter allemaal snel anders. Nolten en Smeekens werden - mede op advies van Charité - door de bond niet afgevaardigd naar Stockholm omdat de vorm niet goed genoeg was. De stopzetting van de centrale trainingen, meningsverschillen tussen de bond en Charité over aanpak van de trainingen, de voorwaarden voor het uitzenden van de atleten naar Stockholm en andere moeilijkheden, waren voor Charité de redenen om na 5 maanden te bedanken als bondscoach. Charité uitte in de pers kritiek op de bond, wat voor de bond weer aanleiding was Charité per 7 juni 1959 te royeren met als reden “bevooroordeelde berichtgeving in enkele dag-bladen”. Dit royement betekende voor Charité dat hij zijn welvarende sportschool Robot moest sluiten. Pas in april 1962 werd het royement door een nieuw gevormd bestuur van de krachtsportbond opgeheven. K.D.O. Het waren de heren A. v.d. Berg, W. Rense, W. Leurs en J. Rosserie die in café Lion in de Koningstraat de vereniging “Kracht Door Oefening”  op 1 maart 1904 hebben opgericht. De zaal achter van dit café bleek al spoedig te klein voor deze worstel- en gewichthef- vereniging. Daarom  besloot het bestuur de gymzaal van de school in de Falckstraat van de gemeente te huren. Voorzitter  J.H. Laade en penningmeester A. v.d. Berg waren indertijd de drijvende krachten binnen K.D.O. en hebben hun functies tientallen jaren bekleed.  Atleten van het eerste uur waren o.a. J. Buchelij, M. van Maanen, Ch. Holtkamp, C. Holtkamp, C. Krop, W. Bolléé, A. Platteel, C. Molier, H. Sas, J. Zalm, M. Gielen, H. Sommer, D. Holtkamp, J. Verheijen, H. Verheijen, M. Verheijen, J. Nolten Sr. en J. Nolten Jr.. Bijzonder is dat wielrenner P. Moeskops (vijfvoudig wereldkampioen sprint) ook veelvuldig op de worstelmat was te vinden. Als zwaargewicht wist hij in 1920 als worstelaar het kampioenschap van Zuid-Holland te winnen en volgens de oude verhalen zou Moeskops eens hebben staan kijken bij oefeningen met gewichten en  hij vroeg wijzend naar een halter van 100 kg: “is dat 60 kg ?”. Dat werd beaamd . Moeskops liep naar de halter, pakte hem zonder aarzelen en drukte de 100 kg zonder moeite omhoog! In de jaren daarna traden op de voorgrond M. Frederiks, F. Groos, de jongens Steensma, N. Falter, gebroeders Eillebrecht, W. Alphenaar, G. Hamers, H. Spin, K. Koolhoven, P. Lorsheijd, W. Dubbelman, L. van Veen, A. Tikink en veel anderen. De gymzaal in de Falckstraat was intussen verruild met de gymzaal van de school aan de Hoefkade. Het was zo’n ouderwetse gymzaal met een bok, brug, touwen en ringen, wandrek, oude zwarte gemeentekachel, waar de tijd was blijven stil staan. Het belette K.D.O. niet om met nieuwe talenten te komen zoals F. Degenhart, T. Gielen, P. van Slingerland, B. van Engelen, T. van Engelen, W. Vrouwenfelder en G. Niesten. Eind 1962 kwamen de besturen van Hercules, Simson en K.D.O. bijeen om de dalende populariteit van de krachtsport weer een nieuw leven in te blazen. Het was de bedoeling meer wedstrijden in het gewichtheffen, worstelen en body building te gaan houden. Om dit plan te kunnen uitvoeren besloten zij tot het oprichten van een overkoepelend orgaan met de naam Haagse Kracht Sport Verbond (H.K.S.V.). Dit overkoepelend orgaan heeft echter niet lang bestaan waardoor  de verenigingen Simson en K.D.O. uiteindelijk besloten om te gaan fuseren. Op 22 oktober 1964 was de fusie een feit en gingen beide verenigingen verder onder de naam “Simson-K.D.O.”. e.v. Simson Tijdens de Eerste Wereldoorlog, namelijk op 10 juli 1917, werd in een pakhuis aan het Westeinde de ’s-Gravenhaagsche Athletenclub “Simson” opgericht. In het bestuur namen zitting de heren L. van Es (voorzitter),  W. Groenewegen (secretaris) en G. v.d. Muijden (penningmeester). Aanvankelijk kon men bij Simson alleen  gewichtheffen en expander-trekken maar al snel ging men zich ook bekwamen in het zeer populaire worstelen. Geld voor een worstelmat was er niet dus maakte men er één van jute suikerbalen gevuld met zeegras. Befaamde Simson-worstelaars in de beginperiode waren  A. Misset, J. van der Harst, C. Theunisse, J. Kabbedijk, D. Sluiters, B. Mertens, J. Mertens, J. Brekelmans, C. Brekelmans, A. v.d. Berg en de gewichtheffers G. Marbus en J. Nolten wisten bij het gewichtheffen de nationale titels te behalen. Van het clublokaal aan de Bakkersstraat (Westeinde) ging Simson naar een betere oefenruimte aan de Blekerslaan die in 1927, na een fusie met “Sandow”, werd verruild met een ruimte in de Sirtemastraat. In 1941 werd deze oefenruimte door de Duitse bezetters opgeëist en werd het sportmateriaal op straat geworpen. Alleen de bascule en bijbehorende gewichten kon door Simson worden behouden. Gelukkig wist voorzitter J. Brekelmans het sportmateriaal weer te achterhalen en een veilig onderkomen te geven. Na de oorlog kon er weer volop worden getraind in de nieuwe lokatie in de Hemsterhuisstraat. Onder het bestuur van J. Kabbedijk (voorzitter), P. Beck (secretaris) en G. de Vink (penningmeester) werd door Simson  in die periode veel nationale en internationale wedstrijden georganiseerd.  Simson kende wederom een tal van goede gewichtheffers zoals A. van der Toorn, J. van Dorp, K. Urgert, J. Jansen, J. Brand, D. Brand en J. Heppener, waarvan een aantal van hen na de opheffing van gewichthef-school Robot was overgekomen naar Simson. J. Nederpelt en T. de Lange waren succesvol bij het worstelen. En zoals gebruikelijk in de krachtsport waren er atleten die de beide takken van sport hebben beoefend en prima prestaties hebben neergezet. Overigens niet alleen in de krachtsport haalde Simson goede resultaten maar ook bij het klaverjassen. De worstelaars en gewichtheffers bleken verdienstelijke klaverjassers te zijn. Dit had tot gevolg dat op 27 mei 1959 bij Simson de onderafdeling “Klaverjassen” werd opgericht met als voorzitter H. Vogel Jr., P. van Riel als secretaris-penningmeester en lid algemene zaken mej. N. Kabbedijk. Maar uiteindelijk, zoals hierboven uitgebreider beschreven, fuseerde  Simson op 22 oktober 1964 met K.D.O. tot het huidige Simson-K.D.O.. Simson-K.D.O. Na  de fusie in 1964 heeft er bij Simson-K.D.O.  onder de eerste voorzitter J. Kabbedijk en de huidige voorzitter E. Smit in al die jaren nog heel wat plaatsgevonden. Zo werden de beide oefenlokalen aan de Hoefkade en in de Hemsterhuisstraat verlaten en kreeg men per 1 juli 1967 een nieuw onderkomen in een gymnastiekzaal aan het Alberdingk Thijmplein.Een nieuwe generatie atleten diende zich aan zoals o.m. de gebroeders J. Commers, L. Commers, A. Klees, I. Zabala, Delftenaar P. van der Kruk, D. Mens, J. Brand, W. Sloos, R. van de Berg en H. Doesburg. Naast het worstelen en gewichtheffen werd het powerliften een serieuze tak van sport. Het jeugdworstelen kreeg eveneens een nieuwe impuls en hiermee werd de basis gelegd voor de worstelsuccessen voor de komende jaren. Het was voorzitter D. Schneider samen met J. Augustinus en N. Falter die druk in de weer zijn geweest om een eigen onderkomen van de gemeente te krijgen. Gedurende enkele jaren liep Schneider de deur bij het bureau van de gemeentelijk dienst van Sport en Recreatie plat. Dit resulteerde uiteindelijk in het prachtige eigen onderkomen aan de Hooftskade. Dit oude gebouw, de voormalige distilleerderij De Ooievaar, bood de worstelaars en de gewichtheffers/powerlifters ieder een eigen oefenruimte. Voor de beoefenaars van body- building waren de wanden voorzien van spiegels. Op 6 november 1976 werd de officiële opening verricht door de toenmalige wethouder van Sportzaken P. Vink. Vanaf dat moment groeide Simson-K.D.O. op deze lokatie uit tot één van de grootste krachtsport-verenigingen in Nederland. In dezelfde periode werd  op 6 juni 1978 onder leiding van W. van der Toorn Krachtsport Centrum Scheveningen (K.C.S.) opgericht en deze vereniging legde zich voornamelijk toe op het powerliften. Op organisatorisch gebied timmerde K.C.S. aardig aan de weg. Zo organiseerde K.C.S. in 1985 de Europese kampioenschappen powerlifting. Dit was zo goed verlopen dat K.C.S. ook de Wereldkampioenschappen in 1986 mocht organiseren. In 1995 werd K.C.S. helaas opgeheven. Ondertussen ging het Simson-K.D.O. aardig voor de wind. Het had een groot ledental, het jeugdworstelen was verder gegroeid en de senioren draaiden mee in de top van de nationale competitie en het gewichtheffen kwam weer op een hoog peil te staan. Ondanks dit gebeurde het toch dat binnen Simson-K.D.O. een scheuring ontstond. Voormalig bestuurslid D. Schneider vond dat het bestuur van Simson-K.D.O. was ingedut en daardoor te weinig activiteiten en internationale wedstrijden voor de worstelaars organiseerde. Bovendien was de samenwerking met de powerlifters binnen de vereniging volgens hem ook verre van ideaal. Uit deze ontevredenheid werd op 3 januari 1980 door Schneider de worstelclub Ursus opgericht. In het vroegere onderkomen van Simson- K.D.O. aan het Alberdingk Thijmplein werden de trainingen verzorgd en van de Rotterdamse vereniging Olympia werd een worstelmat geleend zodat er kon worden deelgenomen aan de competitie. Één ding is zeker in het korte bestaan van Ursus; door de optredens van echte chearleaders begonnen de thuiswedstrijden al met een echt spektakel. Aan de Hooftskade begon Simson-K.D.O. met een nieuwe reeks van sportieve successen. Het beschikte onder leiding van A. Klees en J. Heppener weer over een sterke gewichthefploeg met atleten zoals P. Bosman, R. van der Heijden, Y. Vivaldi, J. Ghisa, J. Pasaj en H. Themen. Toch gebeurde het dat Y. Vivaldi op 24 april 1986 de vereniging Apollon oprichtte en veel gewicht- heffers gingen over naar deze nieuwe vereniging. Uiteindelijk werd Apollon op 1 januari 1996 opgeheven wegens gebrek aan leden. De worstelaars L. Schneider, R. Schneider, J. Augustinus Jr., P. van Slingerland Jr. en H. Steinmetz, die destijds de basis vormden van het jeugdworstelen aan het Alberdingk Thijmplein, waren samen met veteraan R. van der Berg en worstelaars uit een latere lichting met onder andere S. de Kruijf, E. de Kruijf, J. Bos, H. van der Stoep Jr., D. Gielen, P. Gielen, R. van der Hout, A. Goedhart, H. Verstraten, R. Horst, P. Kanters, E. Deckers en R. Jouvenaar voor iedere worstelverening een geduchte tegenstander. Dit was met name te danken aan de trainers H. Spin, J. de Korte, A. Deckers en de uit Iran afkomstige A. Farokhian. Vanwege de stadsvernieuwing moest het pand aan de Hooftskade worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuw schoolgebouw. In 1995 kreeg Simson-K.D.O. er een nieuwe moderne accommodatie in de Rubensstraat (Houtzagerij) voor terug, maar veel leden misten toch de echte sfeer die het pand aan de Hooftskade wel had. De worstelsuccessen duurden tot de beginjaren van de jaren 90 voort en de dames Y. van der Stoep en T. Ernster wisten nationaal en internationaal in de jaren daarna bij het gewichtheffen nog volop successen te boeken. Na wat jaren in een neerwaartse spiraal gezeten te hebben wint het worstelen en gewichtheffen onder de trainers H. Steinmetz en H. Heydari weer aan populariteit en werd er door Simson-K.D.O. weer deelgenomen aan de landelijke competitie. Door verscheidene oorzaken heeft Simson-K.D.O. de accomodatie in de Rubensstraat verlaten en is de vereniging per 1 maart 2012 ontbonden. Maar gelukkig wordt de Haagse krachtsporttraditie voortgezet onder de naam Haags Krachtsport Verbond Simson-K.D.O. in het gezellige nieuwe onderkomen in de Gheijnstraat 115. In deze voormalig oude school wordt weer volop getraind in de sfeer van een “old school gym”. Van alle traditionele krachtsportverenigingen is het Haags Krachtsport Verbond Simson- K.D.O. nog de enige vereniging die Den Haag rijk is en dient daarom als waardevol beschouwd te worden  !! Haagsche krachtsport 1900 - heden Jan Brekelmans. Oprichter van Sandow en na de fusie voorzitter van Simson. Piet Moeskops, lid van K.D.O., worstelkampioen van Zuid-Holland. Ursus Drie jaar na de intrek van Simson-K.D.O. in haar nieuwe onderkomen aan de Hooftskade in 1976 begon de oude vereniging barstjes te vertonen. Er ontstonden spanningen tussen de worstelaars en de powerlifters/gewichtheffers, maar ook over het te voeren worstelbeleid waren de meeste worstelaars het niet eens met het bestuur. Zo vonden zij dat er voor hen te weinig trainingsuren beschikbaar waren, er niet meer aan toernooien en wedstrijden in het buitenland werd deelgenomen en het worstelen moest spectaculairder worden gepresenteerd aan het publiek. Het was met name Dick Schneider die, gezien de ontevredenheid die er heerste, met de gedachte liep om een nieuwe worstelvereniging op te richten. Het moet een moeilijke periode voor Dick zijn geweest, want door onder meer zijn inzet was Simson-K.D.O. aan het clubgebouw op de Hooftskade gekomen en was het ledental onder zijn voorzitterschap gegroeid van 35 naar 160 leden. Op donderdagavond 3 januari 1980 was een aantal personen op de uitnodiging ingegaan om ten huize van Dick Schneider aan de Van Musschenbroekstraat de mogelijkheid te bespreken om een nieuwe worstelvereniging op te richten. In aanwezigheid van H. Doesberg, C. Deurloo, R. v.d. Slik, P. van Slingerland sr., P. van Slingerland jr., J. Augustinus en initiator D. Schneider werd na uren vergaderen besloten een vereniging op te richten onder naam Ursus, die zich voornamelijk en uitsluitend bezig zou gaan houden met het worstelen. Van de bevriende vereniging Olympia Rotterdam had men al de toezegging gekregen voor de ingebruikgeving van een worstelmat en ook was er reeds door de gemeente een oefenruimte toegezegd aan het Alberdingk Thijmplein 34. Het nieuwe bestuur bestaande uit voorzitter H. Doesberg, secretaris D.Schneider, penningmeester C. Deurloo en de leden van bestuur P. van Slingerland sr. en R. v.d. Slik gingen voortvarend te werk. Al op 16 januari 1980 werd de eerste trainingsavond gehouden welke werd bezocht door (oud) worstelaars van Simson-K.D.O., maar ook door veel jeugd uit Spoorwijk. Het worstelen sloeg aan bij de Spoorwijkers en binnen korte tijd had de nieuwe vereniging Ursus een succesvolle jeugdploeg. Bij de senioren was zwaargewicht H. Doesberg, die bij de top van het nationale worstelen behoorde, de man met de meeste ervaring en wist zijn worstelkunde over te dragen aan de andere senioren bij Ursus. Eén van de doelstellingen van Ursus was de wedstrijden op een geheel nieuwe wijze te presenteren. Dus geheel op spectaculaire Amerikaanse wijze werd de opkomst van iedere worstelaar vergezeld door enige show-girls. Ursus groeide snel populariteit, kende een tal van kleine sponsoren en werd er zelfs een trimclub voor vrouwen opgericht. Maar, ondanks alle gezelligheid en de sportieve successen kwam na zo’n kleine 3 jaar plotseling een einde aan het bestaan van Urus. De reden hiervan is tot op heden nog steeds onduidelijk gebleven. Secretaris en trainer Dick Schneider met zijn worstelaartjes. V.l.n.r. Georgo Weis, Bonansio de Boer, Richard Valkenburg, Frankie Donk, Louis Schneider, Ronny van Eijk, Richard Schneider en Dennis Fens. Voorzitter en zwaargewicht worstelaar Henk Doesberg toucheert zijn tegenstander met beide schouders op de mat.